Familienaam : Bosmans 
Voornaam : Zenon
Geboren : 09-05-1893 
Plaats : Châtelineau 
Rang : Soldaat 
Gediend van / tot  : 04-08-1914 - 06-05-1916 
Bij het : 4e Jagers Te Voet
Divisie : 3de Legerdivisie
Gediend van / tot : 07-05-1916 - 26-12-1916 
Bij het : 1e Karabiniers
Divisie : 6de Legerdivisie
Gediend van / tot : 27-12-1916 - 11-11-1918
Bij het : 3e Karabiniers 
Divisie : 6e Legerdivisie 
Volgnummer : B
Frontstrepen : 8
Kwetsuren : Geen
Guldenboek : 35-36
Bladzijde : 467
Medailles : Oorlogskruis met Palm
Ysermedaille

Zegemedaille
Herinneringsmedaille van den oorlog 1914-1918 

Vuurkaart

Voorbeeld van zijn medailles

 

3de Legerdivisie - 1e en 4e Jagers Te Voet

Bij de mobilisatie, in Augustus 1914, lag het 1e regiment Jagers te voet in garnizoen te Charleroi; bij ontdubbeling werd het 4e Jagers gevormd en beide regimenten maakten de 15e gemengde brigade uit.


Een eenig feit in de annalen van den oorlog: de twee regimenten waren de eenige die den ganschen veldtocht door bleven bestaan: zij bleven voortdurend zijde aan zijde verbonden.

De 15e brigade die bij den aanvang der krijgsverrichtingen te Hooi gedetacheerd was, werd op 5 Augustus, ter versterking van de 3e Legerdivisie, naar Luik gezonden. Den morgen van den 6e was de 15e brigade verzameld te Fragnée: zij marcheerde in de richting van Brussel om den vijand over de linie der forten te werpen.

Het 4e Jagers nam deel aan het gevecht rond het gehucht « Les Communes » en te 10 u. 30 kreeg het bevel terug over de Maas te trekken.

Het 1e Jagers nam deel aan het gevecht bij Sart-Tilman, het leed er zware verliezen doch dwong de Duitsche 43e brigade achteruit.

Na den aftocht van Luik werden het 1e en het 4e Jagers voorgoed bij de 3e Legerdivisie gevoegd en maakten de brigade N uit.

Onder Antwerpen namen de twee regimenten deel aan de uitvallen van 24 Augustus en 9 September.

Aan den IJzer verdedigde de brigade Jagers, van 14 October af, het front Schoorbakke-Tervate; daarna in reserve geplaatst, nam zij deel aan den slag in den sector Pervijze-Kaaskerke. Tijdens de stabilisatie bezetten de regimenten de verschillende sectors van het front. Zij waren te Merkem, bij den slag van 17 April 1918.

Het 1e Jagers te voet werd bij dagorder vermeld en Koning Albert decoreerde zijn vaandel met de Leopoldsorde.

Den 30n Januari 1918 hadden de twee regimenten, met het 14e Linie, de 9e infanteriedivisie gevormd.

Den 28n September vertrekken het 1e en het 4e Jagers van uit Boezinge; zij veroveren Langemark, Poelkapelle, Westroozebeke, Oostnieuwkerke, Most en bevinden zich den 4n October voor Roeselare. Van 14 tot 20 October neemt de 9e divisie deel aan den slag Torhout-Tielt; tot 11 November dringt zij zegevierend vooruit langs Lootenhulle, Nevele, St-Martens-Leerne, Deurle, Bommelhoek, De Pinte en eindigt den oorlog op den linkeroever der Schelde, van Zeevergem tot Eeke.

Het 1e en het 4e Jagers wonnen de vermeldingen:

Luik - Antwerpen - IJzer - Merkem - Oostnieuwkerke.

6de Legerdivisie - 1e en 3e Karabiniers

Den 1n Augustus 1914 wordt het 1e Regiment Karabiniers door de aankomst der reservisten ontdubbeld om het 3e Karabiniers te vormen.

Bij den eersten uitval uit Antwerpen, op 24, 25 en 26 Augustus, zijn het de Karabiniers dier twee regimenten, die de voorhoede der 6e Legerdivisie uitmaken. ‘t Is de eerste maal dat zij vechten en allen vervullen heldhaftig hunne opdracht.

Van 9 tot 12 September 1914 strijden de Karabiniers met dapperheid te Wakkerzeel, Werchter en aan de hoeve Doremael. Helaas! de verliezen zijn zwaar en na die gevechten blijft er nauwelijks een voldoende effectief over om één enkel regiment samen te stellen; het 3e Karabiniers wordt dan ook ontbonden.

Den 29n September strijdt het 1e Karabiniers nogmaals te Sneppelaar en, den 7n October, te Berlaar. Gedurende den slag aan den IJzer, zijn de Karabiniers, van den 20n October af, in ‘t gevecht gewikkeld te Oudstuivekenskerke, aan kilometerpaal 10 van den IJzer, en nemen zij deel aan den beruchten stormloop op de Bocht van Tervate.

Tijdens de heilige wacht langsheen den IJzer bezetten de Karabiniers, van 8-12-1914 tot 14-2-1915, den sector van Diksmuide; daarna, den 9n Maart, gaan zij over naar den sector Noordschoote-Steenstraat.

Het 1e Karabiniers verdedigt hardnekkig de vooruitgeschoven stelling van Drie-Grachten, en het IIIe bataljon neemt deel aan den slag van Steenstraat, bij wiens aanvang de Duitschers voor de eerste maal stikgassen gebruikten.

Na een zeer korte rust keeren de Karabiniers, van 6 Augustus tot 15 December 1915, terug in linie in den sector van Diksmuide, die zeer moorddadig is geworden ten gevolge van de verschrikkelijke bomgevechten.

Van 19 Januari tot 22 December 1916 organiseeren en bezetten de Karabiniers den sector van Nieuwkapelle. Op het einde van het jaar kan het 3e regiment Karabiniers, dank zij de aankomst van versterkingen, terug tot stand worden gebracht; daarna gaan de twee regimenten drie weken manœuvreeren in het Kamp van Mailly. Teruggekomen op ‘t front, gaan de Karabiniers, van 9 Februari tot 3 Mei, den gevaarvollen sector van Steenstraat-Het Sas bezetten: zij beleven er een ellendige periode, ten gevolge van de vinnige koude van dien strengen winter en de lange wachtbeurten van 24 uren in de loopgraven van 1e linie, « loopgraven A » genaamd.

Zonder rust te hebben genoten gaan de Karabiniers op 4 Mei over naar den sector van Nieuwkapelle, waar zij zich onderscheiden door eene reeks verrassingsaanvallen op de vijandelijke stellingen van Woumen.

Na een korten rusttijd trekken zij terug naar de vuurlinie, in den belangrijken sector van Nieuwpoort, westeruiteinde van het westerfront der geallieerden.

Het 1e Karabiniers onderscheidt zich in den « Redan » van Nieuwpoort, terwijl de Karabiniers van het 3e regiment zich te Nieuwendamme met roem overladen bij ‘t afweren van geweldige Duitsche aanvallen.

Den 9n Augustus 1918 gaan de Karabiniers in de sectors van Woesten en Brielen hunne plaatsen innemen voor het offensief.

Verscheidene verrichtingen worden met schitterende uitslagen bekroond: de vijandelijke posten der hoeven Denain, van den Hond en Regina Cross blijven in de handen der Karabiniers van het 1e regiment, terwijl die van het 3e zich meester maken van de hoeven Van Acker, Ferdinand en « Bon Gîte ».

Bij het offensief in Vlaanderen rukken de Karabiniers, in een prachtigen stormloop op tegen de vijandelijke stellingen welke zij veroveren; zij onderscheiden zich vooral te Westroozebeke en te Rumbeke. Tijdens het offensief van 19 October wordt Kolonel stafbrevethouder Bremer, Commandant van het 1e Karabiniers, gedood aan het hoofd van zijn dapper regiment.

Door hun heldhaftig gedrag tijdens den oorlog hebben de Karabiniers de groote eer verdiend voortaan den titel van « Karabiniers Prins Boudewijn » te dragen en hunne vaandels met den nestel der Leopoldsorde te versieren.

CORVILAIN,

Reservekapitein bij het 1e Karabiniers.