Familienaam : Bovy 
Voornaam : Louis Francois
Geboren : 25-09-1996 
Plaats : Oostende 
Rang : 1ste Sergeant 
Gediend van / tot  : 04-08-1914 - 14-07-1915
Bij het : 2de Linie 
Divisie : 1ste Legerdivisie
Gediend van / tot : 15-07-1915 - 29-01-1918 
Bij het : Cavaleriedivisie 
Divisie : Rijdende Artillerie 1e Cavaleriedivisie
Gediend van / tot : 30-01-1918 - 06-09-1918 
Bij het : Lichte groeperingen der 1ste L.D. 
Divisie :  
Volgnummer : B.8129 ? 
Frontstrepen : 8
Kwetsuren : Geen
Guldenboek : Geen
Bladzijde : Geen
Medailles : Oorlogskruis met Palm
yserkruis

Zegemedaille
Herinneringsmedaille van den oorlog 1914-1918 

Vuurkaart

Identiteitskaart

Voorbeeld van zijn medailles

1ste Legerdivisie - 2de en 22ste Linie

Bij de mobilisatie van Augustus 1914 werd het 2de Linie dat te Gent garnizoen hield, ontdubbeld om het 22ste Linie tot stand te brengen. Met een groep artillerie vormden de 2 regimenten de 2de gemengde brigade. Deze wordt naar Tienen gezonden en neemt er stelling achter de Gete.

De veldwachten van Neerlinter en Oplinter en de drie redoutes tusschen dit dorp en Tienen werden door de Duitsche artillerie gansch uiteengeslagen. De overige troepen van het regiment, die aan den zuidelijken zoom van St-Margriete-Houtem waren verzameld, werden eveneens in dit bloedig gevecht gewikkeld. Wanneer het 22ste Linie zich op het einde van den namiddag naar Vissenaken terugtrok, had het 1.250 man en 23 zijner officieren verloren.

Het 2de Linie dat de te Vissenaken aangelegde loopgraven verdedigde, onderging dienzelfden dag zware verliezen.

De 2de gemengde brigade nam op 25 Augustus 1914 deel aan den eersten uitval uit Antwerpen en onderscheidde zich te Zemst en te Weerde.

Den 11n September vielen het 2de en het 22ste Linie, door de bosschen van Schiplaken heen, het Duitsche front aan tusschen de Zenne en het kanaal van Leuven, doch zij gelukten er niet in de geduchte stelling Kampelaar, Wippendries en Elewijt te vermeesteren.

Begin October verdedigden de twee regimenten den Zuideroever der Nete, tusschen Rumst en Duffel.

Na den aftocht naar den ijzer, organiseerde het 22ste Linie, van 15 October af, de verdediging van dien stroom, van en met de brug van Schoorbakke tot kilometerpaal 9 van den IJzer. Het 2de Linie: vanaf kilometerpaal 9 tot het midden van de bocht van Tervaete.
Het 2de en 22ste Linie onderscheidden zich daarna door hun hardnekkigen weerstand aan de spoorlijn Diksmuide-Nieuwpoort.Door hunne dapperheid wonnen die regimenten de vermelding « YZER ».

Het 22de Linie, dat tot 14 officieren en 513 manschappen gesmolten was, werd op 29 october ontbonden.

Tijdens de « heilige wacht » bezette het 2de Linie de sectors van Steenstraat, Diksmuide, Pervijze en Merkem.

Bij Koninklijk Besluit van 20 December 1916 werd het 22e Linie opnieuw tot stand gebracht. Met het 2de Linie vormde het eerst de 2e brigade en, in Januari 1918, met het 3de Linie, de 7de infanteriedivisie.

Den 28 September 1918 verovert het 2e Linie de stelling Klerken-Riegel.

Het 22ste Linie valt den Noord-Westelijken zoom van het Bosch van Houthulst aan, verovert Houthulst-dorp en, ‘s anderendaags, Terest.

Gedurende de tweede phase van het bevrijdingsoffensief maken het 2de en het 22ste Linie de reserve uit van de 4e Legerdivisie die zegepralend vooruitrukt langs Handzame, Kortemark en Torhout.

Den 17de October bevinden de twee regimenten zich op het front Oostkamp-Wijngene; den 20ste liggen zij aan het afleidingskanaal der Leie en zij eindigen den oorlog op de Schelde, ten Noorden van Eeke.

Het 2de en het 22ste Linie hebben de vermeldingen: St-Margriete-Houtem, Antwerpen, IJzer, Klerken en Veldtocht 1914-1918 gewonnen.

Cavaleriedivisie - Rijdende Artillerie 1ste Cavaleriedivisie

De groep rijdende artillerie was vóór den oorlog aan de Cavaleriedivisie verbonden. Zij werd op 30 Juli gemobiliseerd en trok denzelfden dag naar Oudergem.

Op 3 Augustus 1914 begon zij den veldtocht met de cavaleriedivisie; met die groote eenheid nam zij deel aan de verrichtingen tot dekking van het veldleger.

Den 12de Augustus 1914 werkt zij mede in het gevecht bij Halen, waar zij den vijand zware verliezen doet ondergaan. Om hare schitterende tusschenkomst bij die verrichting verkreeg zij een vermelding bij legerdagorder en de toelating om « Halen » op de schilden harer stukken te schrijven.

Bij den eersten uitval rond Antwerpen neemt zij deel aan het gevecht bij Werchter; de 1e batterij werkte op doeltreffende wijze mede aan de herovering van het dorp door een bataljon Karabiniers-wielrijders.

Tijdens den tweeden uitval rond Antwerpen neemt zij deel aan de herovering van Aarschot en aan het gevecht bij den Pellenberg waar de 2e batterij zich vooral onderscheidt en er ernstige verliezen ondergaat.

De groep neemt deel aan de verrichtingen der Cavaleriedivisie langsheen de Dender, aan de verovering van Aalst, aan de verdediging der Scheldelinie, inzonderheid bij de brug van Uitbergen. Eene sectie van de 3de batterij onderneemt een stoutmoedigen raid om het Duitsch kantonnement te Assche te gaan bombardeeren.

De 3 batterijen steunen de cavaleriedivisie in hare opdracht om het leger tijdens den aftocht naar den IJzer te beschermen.

Zij strijden omstreeks Houthulst en Stadenberg.

Gedurende den slag aan den IJzer staat de groep ter beschikking van de 5de Legerdivisie; zij is opgesteld ten Noorden van Oostkerke en om hare schitterende tusschenkomst in de verdediging van Stuivekenskerke bekomt zij een nieuwe vermelding bij Legerdagorder en het opschrift « Stuivekenskerke » op hare schilden.

In 1915, gedurende de stabilisatieperiode, bezet de groep rijdende artillerie verscheidene stellingen in den sector van Loo, achtereenvolgens onder de bevelen van de 2de Cavaleriedivisie, de 2de en de 6de Legerdivisie.

In 1916-1917 is zij opgesteld te Scheewege.

In Juli 1917 staat zij ter beschikking van de 1ste Legerdivisie en bezet ze een vooruitgeschoven stelling bij kilometer 4 van den spoorweg Diksmuide-Nieuwpoort.

Zij neemt deel aan het offensief van October 1917, waarbij de batterijen op zes dagen 15.000 granaten afvuren; zij worden overigens hevig tegenbestookt - onder andere met gasgranaten - en lijden ernstige verliezen aan personeel en materieel.

In Januari 1918 is de groep opgesteld omstreeks Lettenburg, Scheewege, Roesdamme, met eene flankeersectie bij Kaaskerke. Van uit die stellingen neemt zij deel aan de verdediging van den Reigersvliet en door haar schoon gedrag verdient zij een derde vermelding bij Legerdagorder en het opschrift « Reigersvliet » op hare schilden.

In April 1918 wordt de groep naar den sector van Brielen gestuurd, ter beschikking van de Britsche 36ste divisie en daarna van onze 6de en 2de Legerdivisie.

Den 27ste September 1918 bevindt de groep zich in eene wachtstelling in het bosch van St-Sixte, waar het deelneemt aan de verrichtingen der cavaleriedivisie. Den 14de October steunen hare batterijen, door hun verplaatsend spervuur, den schitterenden aanval van het 13de Linie dat Handzame verovert.

Van 19 October af is de 1ste batterij aan de 1ste brigade cavalerie toegevoegd; in een voorhoedegevecht te Burkel dwingt zij het 1ste marinebataljon tot den aftocht. Op 20 October neemt zij deel aan de inname van Maldegem; zij brengt zware verliezen toe aan de Duitschers die de Rapenbrugge en de Stroobrugge verdedigen. De dappere eenheid wordt beloond met de vermelding « Maldegem ».

De 2de batterij neemt met de 2de brigade cavalerie deel aan de verrichtingen bij Ursel en Ertvelde. De 3de batterij, die aan de 3de brigade cavalerie is toegevoegd treedt in werking te Wippelgem.

Den 2de November worden de 3 batterijen verzameld op de baan Ursel-Eekloo. Zij steken het afleidingskanaal over en zijn, bij het sluiten van den wapenstilstand, opgesteld voor het kanaal van Terneuzen, ten Zuiden van Zelzate.

De vermelding « Antwerpen » herinnert aan de medewerking der groep, van 20 Augustus tot 8 October 1914, bij de verrichtingen onder Antwerpen.

Groot formaat afbeeldingen

Identiteitskaart binnenkant
Identiteitskaart buitenkant
Vuurkaart binnenkant
Vuurkaart buitenkant