Familienaam : Borgniet 
Voornaam : Arnould Charles Joseph 
Geboren : 24-04-1895 
Plaats : Seraing 
Rang : Brigadier 
Gediend van / tot  : 10-03-1916 - 01-07-1917 
Gediend van / tot : 03-01-1918 - 07-02-1918 
Bij het : Cavaleriedivisie
Divisie : 4e Jagers te Paard
Gediend van / tot : 24-04-1918 - 11-11-1918 
Bij het : 1e Regiment Artillerie 
Divisie : 1ste Legerdivisie 
Volgnummer : B3782 
Frontstrepen : 4
Kwetsuren : Geen 
Guldenboek : 36-37
Bladzijde : 534
Medailles : Oorlogskruis met Palm
Zegemedaille
Herinneringsmedaille van den oorlog 1914-1918 

Vuurkaart

Voorbeeld van zijn medailles

 

Cavaleriedivisie - 4e Jagers te Paard

Het 4e Jagers te paard was in 1914 een nieuw gevormd regiment. Het werd tot stand gebracht bij de reorganisatie van het leger, in December 1913. Bij het begin van den veldtocht bestond het uit drie eskadrons: het eerste, onder het bevel van Commandant van Marcke de Lummen, kwam van het 2e Jagers te paard; het tweede, onder het bevel van Commandant Ridder de Wouters d’Oplinter, kwam van het 1e Jagers te paard; het derde, onder het bevel van Commandant Willems, waarvan het personeel voor de eene helft van het 1e en voor de andere helft van het 3e Jagers te paard kwam. Het 4e Jagers te paard werd in ‘t begin van den veldtocht aangevoerd door Kolonel stafbrevethouder Thorn.

In November 1914 werd er een 4e eskadron gevormd met manschappen uit de drie bestaande eskadrons. Het 4e eskadron stond onder het bevel van Commandant Delelienne. Op dit oogenblik stond het 4e Jagers te paard onder het commando van Kolonel stafbrevethouder Morel.

Vanaf Maart 1914 was het 4e Jagers te paard, alhoewel het een regiment der Cavaleriedivisie bleef, ter beschikking gesteld van den Commandant der 2e Legerdivisie; bij Ministerieel Besluit van 31 Juli 1934 wordt het als divisiecavalerie der 2e Legerdivisie aangewezen. Als dusdanig bleef het tot 30 September 1914, op welken datum het - onder ‘t bevel van Kolonel stafbrevethouder Hagemans in de onafhankelijke cavaleriebrigade werd opgenomen.

Den 12n October 1914, tijdens den aftocht van Antwerpen naar den IJzer werd te Deinze de 2e Cavaleriedivisie gevormd onder ‘t commando van generaal de Monge; het 4e Jagers te paard maakte van die divisie deel uit tot het oogenblik zijner ontbinding, op 4 Februari 1918.

In April 1915 nam Majoor stafbrevethouder de Longueville het commando over het 4e regiment Jagers te paard; als Kolonel behield hij dit commando tot de ontbinding van het regiment.

De standaard van het 4e Jagers te paard draagt de vermeldingen Antwerpen, Veldtocht 1914-1918.

In het begin van den veldtocht nam het deel aan al de verrichtingen van de 2e Legerdivisie. Zijne verkenningen naar Diest, Testelt, Sichem, Aarschot blijven in ieders geheugen. Luitenant-Generaal Dossin, de schitterende bevelhebber der 2e Legerdivisie hield er aan zijne voldoening uit te drukken over de groote diensten welke zijne cavalerie hem bewees: in alle omstandigheden bekwam hij nauwkeurige inlichtingen betreffende de strijdmachten waarmede hij in botsing moest komen. Herhaalde malen verklaarde hij dat hij in zijne « jagertjes » een onbegrensd vertrouwen had.

Tijdens den tweeden uitval uit Antwerpen bereikte het 4e Jagers te paard, in een stoutmoedigen raid, de omstreken van Leuven; een zijner pelotons, onder ‘t bevel van Onderluitenant Van Camp drong binnen in Blauwput, voorstad van Leuven. Zonder steun kon het 4e Jagers te paard het veroverde terrein echter niet behouden.

Gedurende den aftocht van Antwerpen hield het, op 13 October 1914, aan het afleidingskanaal der Leie, omstreeks Zomergem, ten koste van zware verliezen den vijand tegen, zoodat de divisie zich ongehinderd naar Brugge kon terugtrekken en aan omsingeling ontsnappen.

Aan den IJzer gekomen, wist het 4e Jagers te paard zich aan te passen aan den loopgravenoorlog en op kranige wijze de rol van infanterist te vervullen, waartoe het niet was voorbereid.

Alhoewel er in het begin gebrek was aan verdedigingsmiddelen, bewees het groote diensten, achtereenvolgens in de sectors van Pervijze, Ramskapelle, Oudstuivekenskerke, Diksmuide, Knokke, Drie-Grachten, Steenstraat.

De te voet strijdende cavaleristen van het 4e Jagers te paard beteugelden de Duitschers in al de sectors welke hun werden toevertrouwd.

Toen het 4e Jagers te paard in Februari 1918 werd ontbonden, zegde Luitenant-Generaal de Witte dat dit regiment, onder de kranige leiding van Kolonel stafadjunct de Longueville een geducht manœuvreerings- en gevechtswapen was geworden. Zoo het regiment zulken vleienden lof verdiende, was dit te danken aan de waarde en de sterkte zijner onvergelijkelijke kaders die, dank zij den Korpscommandant, het hoogtepunt hadden bereikt van lichamelijke en zedelijke geschiktheid, van verkleefdheid aan hun overheden, van initiatief en zelfverloochening, een hoogtepunt dat misschien wel geëvenaard, doch niet kan overtroffen worden.

1ste Legerdivisie - 1e, 7e en 13e Regiment Artillerie

Het 1e Artillerieregiment werd vooreerst samengesteld door de verzameling van de divisiegroep I/1 A., de artilleriegroepen der 2e en 3e Gemengde Brigaden, de Groep Houwitsers van 105 en de bereden eenheden der vestingartillerie.

De groep Houwitsers en deze der 3e Gemengde Brigade gingen over tot het 7e Regiment artillerie en werden, in 1917, vervangen door de groep Rothermel II/1 A.

De artilleriegroep der 2e Gemengde Brigade, dewelke te St-Margriet-Houtem twee batterijen had verloren, werd in 1914 aangevuld door de 46e en de 48e batterij die te voren deel uitmaakten van de 14e Brigade.

De menigvuldige persoonlijke en gezamenlijke eerevermeldingen bewijzen de waarde van dit regiment onder het bevel van zijn opeenvolgende aanvoerders: Kolonels Becquevort, Van Acker, Laureys on Uyterhoeven al de voorgaande opdrachten wist te vervullen, zelfs in de moeilijkste omstandigheden.

Vermeldingen bekomen door de eenheden van het 1 A.: Antwerpen, IJzer, Klerken, Kortemark, Luik, Schoorbakke, Nieuwpoort.

Het 7e Regiment Artillerie werd opgericht den 3n Januari 1917, door de vereeniging van groepen die, tot op dit ogenblik, deel uitmaken van de artillerie der 1e Legerdivisie: de groep van de 4e Gemengde Brigade die daarna de 3e groep van het 7e Regiment wordt; de groep Majoor Rothermel in vorming te Eu; de loopgravenartillerie.

De groep Majoor Rothermel ging weldra over naar het 1e Artillerie.

Op 20 Augustus 1917, voegde zich de groep der 3e Gemengde Brigade hij het 7e Artillerie.

Al deze groepen kwamen bij het 7e Artillerie met een roemvol verleden en vereerd met talrijke, vermeldingen.

Onder de stuwkracht van zijn aanvoerder, den wilskrachtigen, schranderen en dapperen Korpsoverste Kolonel Mercier, verwierf dit regiment welhaast de samenhoorigheid en al de hoedanigheden van een reeds van ouds bestaande eenheid.

De bijzondere deelname van dit prachtig regiment aan den aanval op het Bosch van Houthulst stelt zijn groote waarde ten volle in ‘t licht.

Vermeldingen bekomen door de eenheden van het 7 A. Antwerpen, IJzer, Houthulst-bosch, Fransch Oorlogskruis, Halen, Kwatrecht, Merkem.

Het 13e Regiment Artillerie werd op 5 Februari 1918 samengesteld uit nieuwgevormde groepen en uit andere van verschillende herkomst.

I/13 A.

De groep van 105 L. van de 1e L. D. die daarna I/13 A. werd, bestond uit twee batterijen: de eerste, gevormd te Eu, den 19n Februari 1916, kwam op het front den 16n Maart 1917; de batterij werd gevormd den 15n Februari 1917 door de versterking van een sectie 105 L., die deel uitmaakte van de speciale batterij.

In Juli 1917, vormden deze twee batterijen de groep 105 L. van de 1e L. D. onder het bevel van Majoor A. E. M. Franck van de reserve.

Een derde baterij werd bij deze groep gevoegd den 10n Mei 1918.

II/13 A.

De groep houwitsers van 155 S. 17 werd samengesteld, vooreerst uit twee batterijen, den 8n December 1917 en kwam op het front den 25n Januari 1918.

De derde batterij werd gevormd te Eu, den 28n Januari 1918, en kwam zich bij de andere batterijen vervoegen den 15n April 1918.

Deze groep werd, van af zijne vorming, aangevoerd door Majoor Van der Eycken.

III/13 A.

De groep houwitsers van 149,1 (III/13 A.) bestaande, in 1918, uit drie batterijen van vier stukken, maakte deel uit van de vestingartillerie van Antwerpen en had als opdracht: de verdediging van de NederSchelde.

Bij het uitbreken van den oorlog, werd deze groep tot zware veldartillerie herschapen.

Zij werd achtereenvolgens: de eerste groep zware houwitsers, tot op 23 September 1915; 1e Groep van het R. A. L. tot op 4 Februari 1918 en eindelijk, te beginnen van dit tijdperk, de III/13 A.

Zij werd, gedurende het grootste deel van den oorlog, aangevoerd door Majoors A. E. M. Fayaux en Ducarme.

Het 13e Regiment Artillerie werd, van af zijn vorming, bevolen door Kolonel A. E. M. Fayaux. Onder de leiding van dezen wakkeren en wilskrachtigen overste nam het 13e artillerie op roemrijke wijze deel én aan stellingoorlog én aan den bevrijdingstocht in Vlaanderen.

Door het 13 A. bekomen vermeldingen: Klerken, Kortemark, Antwerpen, Schoorbakke

Groot formaat afbeeldingen

Vuurkaart binnenkant
Vuurkaart buitenkant