Aux survivants de la Fusillade du 22 aoùt 1914

Tamines ligt tussen Namen en Charleroi aan de Sambre. Om geen last te hebben van de Naamse forten wilden de Duitsers hier over de Sambre trekken, maar ze werden tegengehouden door de Fransen aan de overkant van de rivier. Hun woede over die tegenslag koelden ze op de bewoners.

Tegenwoordig wordt de horizon van Tamines gemarkeerd door een verlaten fabriek, een niet meer gebruikte stortberg en een ingezakte loods. Het deprimerende stadje deelde het lot van zoveel plaatsen in de Waalse industriezone. Oude huizen; een station waar sedert 1914 niets lijkt te zijn veranderd of het moeten de elektrische seinpalen zijn; oude mensen. De jeugd trekt weg. In 1914 was dat anders. Toen maakte Tamines deel uit van de belangrijkste industriegebieden die de wereld kende.

Op 21 augustus 1914 werd het stadje bezet en nog diezelfde avond begon de plundering. Soldaten braken in in de cafés en namen zoveel flessen mee als ze maar konden dragen. De volgende werden ruim zeshonderd willekeurige mensen bijeengedreven op het stadsplein, voor de kerk. Er stonden mannen, vrouwen, kinderen en bejaarden en zelfs iemand in een rolstoel. Toen opende de Duitsers het vuur. De vuurpelotons schoten zo lang tot er niemand meer overeind stond. Met de bajonet werden degenen die nog niet dood waren afgemaakt. Maar weinigen ontkwamen aan de dood door zich tussen al die bloedende slachtoffers bewegingloos te houden.

Ter nagedachtenis van de slachtoffers is in een hoek van dat stadsplein een plantsoen aangelegd, vlak bij de brug over de Sambre. Op een muur staat een opschrift: “Op 22 augustus 1914 vond op deze plek een massamoord op de bevolking van Tamines plaats door de Duitsers. 584 mensen van alle leeftijden kwamen om, 98 werden gewond.” Dan volgen hun namen die nu niet meer zijn te lezen. Daarvoor is de muur te verweerd.

Aan de overkant van het slecht onderhouden plein –alleen de gedenktekens lijken nog enigszins onderhouden in de failliete Sambrestreek- staat de kerk met het dichtstbevolkte kerkhof dat ik ooit heb gezien. Op een oppervlakte van vijfentwintig bij vier meter rusten de slechtoffers van de vuurpelotons in een massagraf. De gedenkstenen met hun namen liggen zo dicht bij elkaar dat er geen plaats overblijft om tussendoor te lopen. En er is te weinig plaats voor alle gedenkstenen. Daarom hangen ze ook aan de kerkmuur, soms vier boven elkaar. Op iedere steen staat: “Fusilé par des Allemands.”

Aux survivants de la Fusillade du 22 aoùt 1914